maandag 10 augustus 2009

[NEDBIB-L] Toeters en bellen bij de pdf

Toeters en bellen bij de pdf

Er valt niet veel te veranderen aan het wetenschappelijke artikel.
Maar Elsevier probeert het wel.

Heeft het papieren wetenschappelijke artikel zijn beste tijd gehad?
Het tijdschrift Cell, onderdeel van Elsevier, presenteert op internet
twee voorbeelden van een nieuwe publicatievorm. Beide verslagen zijn
ingericht als een miniatuurwebsite waarbij de lezer met de muis kan
kiezen tussen traditionele onderdelen als inleiding, resultaten en
discussie.

Nieuw ten opzichte van het papier zijn een telefonisch interview met
een van de auteurs en een mogelijkheid voor de lezer om het artikel
aan te bevelen op sites als Twitter, LinkedIn en Facebook. Er is een
puntsgewijze weergave van de inhoud en een 'grafische samenvatting',
een prominente illustratie op de voorpagina. Een van de twee
artikelen lijkt een sectie te hebben met commentaar van lezers, maar
deze werkt niet. Wat wel werkt is de optie deze wijze van publiceren
in een enquête te beoordelen. Wat anderen hebben ingevuld zie je
hierbij niet.

"Het doel is de communicatie tussen de auteur en de lezer te
verbeteren", aldus IJsbrand Jan Aalbersberg, vice-president voor
contentinnovatie bij Elsevier. Het gaat volgens hem niet direct om
het handhaven van de bedrijfswinst in moeilijke tijden. "Onze missie
is altijd het verbeteren van de wetenschappelijke communicatie.
Uiteindelijk dient dat wel het bedrijfsdoel."

Moet het deze kant op? Het gáát deze kant al op, zegt Huub
Schellekens, hoogleraar Innovaties in medische biotechnologie aan de
Universiteit Utrecht. "Het is niet erg nieuw wat ik zie.
Tijdschriften als Nature, Science, The Lancet en The Scientist doen
al aan interviews, animaties, commentaarmogelijkheden en dergelijke.
Meestal heeft de franje geen extra waarde, alleen de sectie met
commentaar van anderen vind ik vaak boeiend."

Natuurkundige Ad Lagendijk, hoogleraar aan de UvA en de Universiteit
Twente, is nog sceptischer. "De huidige standaard om
wetenschappelijke publicaties uit te wisselen is het pdfbestand. Dat
is een open standaard. Elsevier zou wel willen dat zo'n nieuwe vorm
wordt geaccepteerd. Dan kunnen we geen pdf'jes meer rondsturen maar
moet iedereen op hun site inloggen [en dus een duur abonnement
hebben]." Een drempelloze commentaarsectie vindt Lagendijk geen goed
idee. "Ik zie aankomen dat een of andere idioot zich uitgeeft voor
een beroemd fysicus en als zodanig een paar artikelen op internet van
'commentaar' voorziet. 'Open science' betekent dat je alle gekken
binnenhaalt, die ook nog eens alle tijd hebben."

Aalbersberg van Elsevier benadrukt dat nog lang niet zeker is welke
nieuwe onderdelen een nieuwe standaard voor wetenschappelijk
publiceren gaan vormen. Hij verwacht niet dat de pdf zal verdwijnen.
"De meeste mensen die commentaar geven op het experiment zeggen de
pdf niet kwijt te willen." Querulanten wil hij net als Lagendijk
buiten de deur houden: "Als we commentaar gaan toestaan dan moeten we
dat zeker modereren."

Blij met het initiatief van Cell is prof. Ton van Raan, directeur van
het Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies in Leiden. Zijn
werk is het in kaart brengen van wetenschappelijke citaties en andere
manieren om de kwaliteit en kwantiteit van wetenschappelijke output
te meten. "Vernieuwend, maar niet revolutionair", vindt Van Raan. Hij
prijst de mogelijkheid om vergrotingen van figuren te bekijken. Voor
zijn eigen werk is hij verheugd dat wetenschappelijke referenties per
paragraaf worden weergegeven. "Als een artikel veel wordt geciteerd
in 'Introductions' is het belangrijk als standaardartikel. Komt het
meer voor in 'Results' dan heeft het vooral actuele impact."

Een lastige vraag bij het op deze manier opleuken van
wetenschappelijke publicaties is: wat doen we met het grote
verkoopargument van het wetenschappelijke tijdschrift, de peer review
– de controle door vakgenoten? "Referees zullen meer moeten
beoordelen", zegt Van Raan. "Daar zullen de meeste geen zin in
hebben, bovendien vereist het andere expertise. Er is ook verschil
tussen het recenseren van boeken dan wel films. De kans bestaat dat
de multimediale verpakking meer aandacht gaat krijgen dan de inhoud."
Lagendijk heeft inderdaad geen zin: "Ik zal nóóit als beoordelaar een
interview gaan beluisteren. Het minste wat ze dan moeten doen is een
transcriptie leveren. Dat zullen ze niet doen, want dat kost geld."
Schellekens is reviewer voor Nature en het New England Journal of
Medicine. "Ik beoordeel alleen het eigenlijke artikel. Het komt wel
voor dat we vragen om iets van de extra data te verplaatsen naar het
hoofdartikel of andersom."

Aalbersberg verwacht dat digitale wetenschappelijke artikelen deels
wel, deels niet een peer review zullen krijgen."'De waarde van peer
review is onschatbaar, maar je kunt het niet op alle onderdelen
toepassen. Niet op commentaar van lezers bijvoorbeeld. Bij andere
onderdelen zal het wenselijk zijn maar misschien ondoenlijk blijken.
Dan moeten we die buiten het reviewproces houden maar dat wel in de
publicatie aangeven." De reacties zijn volgens Aalbersberg voor 80
procent positief. "We krijgen commentaren als 'absolutely amazing' en
'finally done right'. Als we vragen wat ze het minst bevalt zeggen de
meeste 'nothing'. Een enkeling vindt de samenvattende illustratie te
groot, die zou meer tekst willen zien." De enquête zal nog geruime
tijd doorlopen. Eén concreet resultaat is er al: de puntsgewijze
opsomming van de hoofdzaken uit een artikel zal dit jaar de
publicaties van Cell bereiken.

Herbert Blankesteijn in NRC Handelsblad, 8 augustus 2009

____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!

zondag 9 augustus 2009

[NEDBIB-L] GreyNet Bimonthly Newsletter, July/August 2009

GreyNet Newsletter
Volume 1, Number 4
Bimonthly, July/August 2009
ISSN 1877-6140 (PDF)


Contents: http://www.greynet.org/greynetnewsletter.html

· GL11 Conference Site, A Pre-Conference Walk Thru

· Information International Associates, Longstanding Conference Sponsor

· The National Library of Medicine, GL11 Event Sponsor

· ISBN's and ISSN's, Forthcoming Conference Publications

· 1999 Conference Proceedings now in the OpenSIGLE Repository

· Archaeology and Grey Literature, TGJ Summer Issue 2009, Volume 5

· GL-Conference Proceedings Limited Offer, 2004-2009

· GreyNet Membership Drive, An Opportunity to be a part of it!

· Advertisements: IIa Inc., INIST, NYAM, EBSCO


GreyNet
Grey Literature Network Service
Javastraat 194-HS
1095 CP Amsterdam
Netherlands

T/F +31-(0)20 331 2420
Email: info@greynet.org
Url: http://www.greynet.org

____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!

donderdag 6 augustus 2009

[NEDBIB-L] Nieuwe (en extra) prijs van Victorine van Schaickfonds NVB - kans tot 1 september om mee te dingen!

Aankondiging van een nieuwe prijs van het Victorine van Schaickfonds NVB - Nog tot 1 september mee te dingen!

Nieuw! De BibliotheekInitiatiefPrijs

Het bestuur van het Victorine van Schaickfonds NVB looft met ingang van 2009 de BibliotheekInitiatiefPrijs uit ter grootte van EUR 1000 aan een persoon, een groep van personen of een organisatie die op eigen initiatief een vernieuwende activiteit heeft ontplooid waardoor het bibliotheekvak in beweging is gekomen.

Met het instellen van deze prijs beoogt het VvSF NVB creatieve impulsen in het bibliotheekvak te stimuleren, ook en juist wanneer het om een of enkele personen gaat die een idee of ingeving op eigen gelegenheid, al dan niet buiten werktijd, in de praktijk hebben gebracht. Het idee hierachter is dat het in het digitale tijdperk vaak op het eerste gezicht kleine innovaties kunnen zijn die op termijn grote gevolgen kunnen hebben. Digitale initiatieven behoren zeker tot de kanshebbers, maar ook niet-digitale stimulansen voor het bibliotheekwerk.

Het bestuur van het VvSF NVB roept eenieder op om te attenderen op initiatieven die voor deze prijs in aanmerking kunnen komen, zoekt daarnaast zelf actief naar kanshebbers, en maakt uit het totaal een keuze. De prijs zal jaarlijks worden uitgereikt op de bijeenkomst waarin ook de reguliere Victorine van Schaick prijs en (indien van toepassing) de aanmoedigingsprijs worden uitgereikt. De winnaar van de BibliotheekInitiatiefPrijs ontvangt hierover uiteraard tijdig bericht. Dit jaar zal de prijsuitreiking plaatsvinden op 9 oktober in Museum Meermanno Westreenianum te Den Haag.

Attenderingen kunnen gestuurd worden naar:

ans.terwoerds@gmail.com

Namens het bestuur van VvSF NVB,

Ans ter Woerds
Secretaris Victorine van Schaickfonds NVB


____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!

[NEDBIB-L] Herhalingsoproep inzending publicatie voor Victorine van Schaickprijs NVB 2009 - nog tot 1 september de kans mee te dingen!

HERHALINGSOPROEP VICTORINE VAN SCHAICKPRIJS NVB 2009 - NOG TOT 1 SEPTEMBER KANS OM MEE TE DOEN!!!

Hebt u in 2008 een artikel, boek of rapport gepubliceerd op het gebied van bibliotheek en informatie? Een scriptie geschreven die goed beoordeeld is? In een e-publicatie nieuwe vragen op het vakgebied opgeworpen? Dan bent u misschien de komende winnaar van de Victorine van Schaick Prijs NVB.

Het bestuur van het Victorine van Schaick Fonds NVB bekroont jaarlijks één of meer publicaties op het terrein van bibliotheek en informatie. Nieuwe inzendingen zijn welkom vóór 1 september 2009.

Wat voor publicaties komen in aanmerking?

Alle soorten publicaties in gedrukte of digitale vorm die in 2008 verschenen zijn, zoals artikelen, boeken, rapporten, scripties, blogs, enz.
Een inzending moet voldoen aan de volgende criteria:

* de publicatie is een zelfstandige uitgave of een afgeronde reeks van publicaties over een vastomlijnd onderwerp
* de publicatie heeft impact op het vakgebied
* de publicatie moet van belang zijn voor een brede kring vakgenoten
* internationale publicaties zijn welkom.

Over de Victorine van Schaick Prijs NVB

De Victorine van Schaick Prijs NVB bestaat uit een bedrag van 1500 euro en een bronzen erepenning. Het bestuur kan ook besluiten een aanmoedigingsprijs van 750 euro toe te kennen. De inzenders ontvangen tijdig bericht. Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd. De prijsuitreiking vindt dit jaar plaats op 9 oktober in Museum Meermanno Westreenianum in Den Haag en het bijwonen is op uitnodiging vanwege het beperkte aantal beschikbare plaatsen.

Nieuwe inzendingen welkom vóór 1 september 2009

Het Fonds nodigt auteurs uit om vakpublicatie(s) in te zenden vóór 1 september 2009. Attenderingen op in aanmerking komende publicaties, voorzien van toelichting, zijn eveneens welkom. De publicaties moeten bij voorkeur in digitale vorm worden ingezonden en voorzien zijn van een kort cv van de auteur(s).

Inzendingen kunt u per e-mail sturen aan de Secretaris van het Victorine van Schaick Fonds NVB, Ans ter Woerds: ans.terwoerds@gmail.com <mailto:ans.terwoerds@gmail.com> . Of per post naar:

Ans ter Woerds
Bibliotheek Geldmuseum
Leidseweg 90
3531 BG Utrecht

Meer informatie is te vinden op de website van de NVB of te verkrijgen bij de Secretaris van het Fonds op bovengenoemd mailadres.

Over het Victorine van Schaick Fonds NVB

Het Fonds werd in 1977 opgericht ter herinnering aan Victorine van Schaick (1917-1977). Zij was vanaf 1941 werkzaam in verschillende bibliotheken, waaronder de Bibliotheek van het Koninklijk Huisarchief en de Openbare Bibliotheek Amsterdam. In 1972 volgde haar aanstelling aan de bibliotheekopleiding te Den Haag, de toenmalige Dr. P.A. Tiele Academie, waar ze als docent vele studenten enthousiast maakte voor een loopbaan in het bibliotheek- en informatievak. Na haar overlijden stelde de familie een bedrag uit de nalatenschap beschikbaar om het vak te blijven stimuleren, en zo de herinnering aan Victorine levend te houden. In 2005 heeft het Victorine van Schaick Fonds besloten om een nauwe samenwerking aan te gaan met de NVB, de enige omvangrijke Nederlandse beroepsvereniging voor professionals in het informatievak, om zo de zichtbaarheid binnen en buiten het bibliotheek- en informatievak te vergroten, de band met de beroepsbeoefenaars nauwer aan te halen en het delen en verspreiden van professionele kennis te bevorderen.

Bestuur Victorine van Schaick Fonds NVB

Het bestuur van het Fonds bestaat uit: prof.dr. J.S. Mackenzie Owen, voorzitter, mw. drs. A.B.M. ter Woerds, secretaris, dhr. A. van der Kooij, penningmeester; leden: prof.dr. T.W.C. Huibers, prof.dr. F.J.M. Huysmans, mw. drs. C. Keijsper, mw.drs. M. Koomen, mw. W.J. van der Kwaak en dhr. F.E.H. Visser.

Augustus 2009


____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!

[NEDBIB-L] Kranten 20 mei

Collega's,

Is er iemand die nog beschikt over de papieren kranten van 20 mei jl.?
We zoeken specifiek de Volkskrant, het FD, de Telegraaf, Trouw, NRC en
AD.
Ik ben in deze kranten op zoek naar een specifiek bericht. Als je de
kranten kunt missen of in de buurt van Den Haag kantoor houdt, dan kan
ik het zelf opzoeken.

Groeten,
Annemarie Koomen

_________________________________________________

Annemarie Koomen
Senior Informatiespecialist

Centraal Bureau voor de Statistiek
Bibliotheek
Henri Faasdreef 312
Postbus 24500
2490 HA Den Haag

* 070 - 337 5348
* akon@cbs.nl


Het CBS is verhuisd

De Heerlense vestiging van het Centraal Bureau voor de Statistiek is op 20 juli 2009 verhuisd naar een nieuw gebouw.
Het nieuwe adres is: CBS-weg 11, 6412 EX Heerlen. Het postadres is: Postbus 4481, 6401 CZ Heerlen.

De telefoonnummers zijn niet gewijzigd, het centrale telefoonnummer is: (045) 570 60 00


Statistics Netherlands has moved

On July 20th 2009, the Heerlen office of Statistics Netherlands has moved to its new premises.
The new address is: CBS-weg 11, 6412 EX Heerlen. Postal address: PO Box 4481, 6401 CZ Heerlen.

The telephone number remains unchanged: +31455706000.


____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!

woensdag 5 augustus 2009

[NEDBIB-L] Nederlandse Basisclassificatie in HTML-formaat

Beste collega's,

Beschikt iemand van jullie over een overzicht (hoofd- en subrubrieken) van de Nederlandse Basisclassificatie in HTML-formaat?
Ik ben specifiek op zoek naar een overzicht (ook Engelstalig!) waarbij de subrubrieken 'gelinkt' zijn en bij het aanklikken ervan een zoekactie in een catalogus uitgevoerd wordt (gelijk de functie 'onderwerpen' onder 'geavanceerd zoeken' in de Pica-catalogi).

Met vriendelijke groet,


Pascal Braak

Informatiespecialist

Universiteitsbibliotheek, UvA
Singel 425
1012 WP Amsterdam
020 - 525 22 66 / p.braak@uva.nl
http://www.uba.uva.nl <http://www.uba.uva.nl/>

View Pascal Braak's profile on LinkedIn <http://www.linkedin.com/in/pbraak>

____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!

dinsdag 4 augustus 2009

[NEDBIB-L] Aanvraag kopie=?iso-8859-1?Q?=EBn?= diversen: auteursrecht

Beste collega's,

Wegens spoed en lastig aan te komen probeer ik via deze weg onderstaande informatie te verkrijgen. Ik hoop dat jullie mij kunnen helpen.

Het Beneluxmodel / H. van Hees, 2006
- paragraaf 17
- paragraaf 19
- paragraaf 40
- paragraaf 262

Community design law, principles and practices / D. Musker, 2002
- p. 10
- p. 32

Design law in Europe / U. Suthersanen, 2000
- p. 45

BMM bulletin, 2002/2, p. 58
- A. Odle, Mogelijke gevolgen van de implementatie van de modellenrichtlijn en de inwerkingtreding van de modellenverordening

Alvast veel dank en groeten,

Ellis Withagen
Informatiespecialist
Nysingh Advocaten & Notarissen
e-mail: e.l.withagen@nysingh.nl<mailto:e.l.withagen@nysingh.nl>
tel: 055 - 5 271 271


----------------------------------------------------------

Dit bericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde.
Het bericht kan vertrouwelijke informatie bevatten waarvoor
het beroepsgeheim van advocaat of notaris geldt. Als u dit
bericht per abuis heeft ontvangen, wordt u verzocht het te
vernietigen, de inhoud niet aan derden te verspreiden of te
gebruiken en de afzender te informeren.

This message is confidential and may also be privileged.
If you are not the intended recipient please destroy this
message and notify us immediately. You should not copy or
use it for any other purpose nor disclose its contents to
any other person.

Kamer van Koophandel/Chamber of Commerce: 08118371

----------------------------------------------------------

____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!

maandag 3 augustus 2009

[NEDBIB-L] Kennis achter de tolmuur

Kennis achter de tolmuur

Wie niet bij een universiteit werkt betaalt zich blauw aan wetenschappelijke gegevens die met belastinggeld ontstonden. Maar open access is in opkomst.

Bas Savenije is sinds 1 juni algemeen directeur van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Daarvóór was hij directeur van de bibliotheek van de Universiteit van Utrecht. Net als alle andere bibliotheekmensen heeft hij een eenvoudig ideaal: maak alles wat geschreven is zo toegankelijk mogelijk, voor iedereen. Maar de praktijk is lastiger, vertelt hij in zijn KB.

"Als gezondheidscentra en huisartsen me vragen: kunt u mij toegang geven tot de recente wetenschappelijke literatuur, moet ik ze vertellen dat ik dat niet mag. De uitgevers staan ons dat niet toe. We hebben alleen een licentie voor gebruik binnen de universiteitsbibliotheken en de KB. Het zou prachtig zijn als we ook patiëntenverenigingen, hbo's, roc's en het MKB toegang konden bieden tot de literatuur. Maar het mag niet." Terwijl de KB alles in zijn elektronisch edepot heeft, of het in een oogwenk ergens kan vinden.

De universitaire werker kan tegenwoordig alle literatuur op zijn eigen computer inzien, thuis, 's nachts, op vakantie. Een ongekende weelde. Maar de specialist in een niet-academisch ziekenhuis, de researchmedewerker van een ingenieursbureau of de gewone burger kan dat niet. Hij moet een treinkaartje naar Den Haag Centraal kopen en naar de KB-balie gaan. Of naar een universiteitsbibliotheek. Daar kan hij een artikel in de computer opzoeken en het laten uitprinten. En dan weer terug. Ja, hij kan ook op internet gaan zoeken in de database van de wetenschappelijke uitgeverijen en voor dertig dollar één artikel kopen.

Sybolt Noorda, voorzitter van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, plaatst de kwestie graag in een historisch perspectief. "Het is een vreemde paradox. De digitalisering van informatie is te vergelijken met de instelling in de negentiende eeuw van de openbare bibliotheken. Vóór die tijd was je aangewezen op privébibliotheken, je moest een introductie hebben. Net als die openbare bibliotheken heeft de digitalisering voor de burgers de toegang tot kennis enorm uitgebreid. Maar je moet nu vaststellen dat grote delen van het domein van de wetenschappelijke kennis daarvan zijn uitgezonderd."

Daar komt nog iets bij. Verreweg het grootste deel van het onderzoek dat nu achter de tolmuren ligt, is betaald met het belastinggeld van de burgers. De onderzoekers ontvangen geen honorarium van de uitgevers en ook de redacties en de reviewers doen hun werk meestal voor niets. "Ik vind dat onderzoek dat met publieke middelen betaald is, ook publiek toegankelijk moet zijn", zegt Savenije.

Daar is iedereen in de wereld van de wetenschap het onderhand mee eens. Lex Bouter, vooraanstaand medisch onderzoeker en tegenwoordig rector magnificus van de Vrije Universiteit: "Vind ik ook. Wat met publieke middelen is gefinancierd moet in het publieke domein terechtkomen." Minister Plasterk, via zijn woordvoerder: "Het uitgangspunt is dat al het onderzoek dat met publiek geld gefinancierd wordt, voor iedereen toegankelijk moet zijn."

Om aan dat ideaal nog wat kracht bij te zetten heeft SURFfoundation, het orgaan waarin de Nederlandse universiteiten op gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT) samenwerken, 2009 uitgeroepen tot het jaar van de open access: de toegang voor iedereen tot alle wetenschappelijke informatie.

Hoe staat het daarmee? Zijn er halverwege het jaar al vorderingen gemaakt? Niet zo veel. "Als het in het huidige tempo doorgaat, hebben we nog 21 jaar te gaan", zegt Leo Waaijers, de vroegere directeur van de Delftse Universiteitsbibliotheek.

Berlin Declaration

Toch lijkt het zo eenvoudig. Internet heeft het streven naar open access tot een reële mogelijkheid gemaakt, want je kunt met een eenvoudige handeling nu elk artikel voor iedereen toegankelijk maken. Daardoor gemotiveerd stelde in 2003 een aantal wetenschappelijke instellingen de Berlin Declaration op, een beginselverklaring waarin die vrije toegang werd bepleit. Inmiddels hebben 264 wetenschappelijke instellingen die verklaring ondertekend, waaronder alle Nederlandse universiteiten, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Behalve democratischer kan open access uiteindelijk ook goedkoper zijn. De Australische onderzoeker John Houghton onderzocht in opdracht van SURFfoundation de mogelijke besparingen en kwam vorige maand tot de conclusie dat die voor Nederland wel tot 133 miljoen euro per jaar kunnen oplopen. Voor landen die niet tot het rijke Westen behoren zou met open access nog veel meer gewonnen zijn. "Ik heb cursussen klinische epidemiologie gegeven in El Salvador en Roemenië", zegt Lex Bouter. "Ik was geschokt door de volstrekt tekortschietende toegang die wetenschappers in die landen hebben tot de databronnen."

Achter de horizon

Dat de volledige openbaarheid vooralsnog achter de horizon blijft, heeft verschillende oorzaken. Onderzoekers publiceren hun artikelen het liefst in een toptijdschrift. Niet alleen omdat ze zelf daar een prettig gevoel bij krijgen, maar ook omdat ze daar door hun geldschieters op worden afgerekend.

Zo'n toptijdschrift wordt vaak uitgegeven door Elsevier, Springer, Wiley, Blackwell of een andere commerciële uitgeverij. Die bedrijven verdienen veel geld met de abonnementsgelden die ze in rekening brengen. 's Werelds grootste wetenschappelijke uitgever, Elsevier, heeft een marktaandeel van 25 procent en meldde over 2008 een rendement van 33,4 procent.

De tweede uitgever, Springer, maakt geen cijfers bekend, maar analisten schatten zijn rendement niet veel lager. Andere grote uitgevers doen het ook goed. Informa haalde 30,1 procent in 2008, en Wiley zelfs 41,2 procent.

Goedkoop zijn de abonnementen niet. De abonnementsprijs voor een tijdschrift van goede reputatie kan voor een bibliotheek tot tienduizend euro of meer oplopen - en er zijn er honderden van.

In 2007 gaven de 13 Nederlandse universiteitsbibliotheken zo'n 33 miljoen euro aan tijdschriftabonnementen uit. Dat zal dit jaar weer meer zijn, maar de budgetten van de bibliotheken stijgen niet of nauwelijks. "De abonnementsprijzen stijgen met zo'n 5 procent per jaar", zegt Dick van Zaane, directeur van de bibliotheek van de Wageningen Universiteit. "De uitgeverijen zeggen dat ze steeds meer artikelen te verwerken krijgen en dat ze daardoor meer kosten maken. Maar ik kan me heel moeilijk voorstellen dat je dan jaar in jaar uit op 5 procent stijging uitkomt." Veel keus hebben de UB's niet. "Je hebt ze allemaal nodig", zegt Van Zaane. "Springer en Elsevier hebben monopolies. Je kunt niet naar de concurrent."

Winstgevend

Intussen zijn er al wel wetenschappelijke tijdschriften ontstaan waartoe iedereen toegang heeft. Bijvoorbeeld die van BioMed Central, een uitgever van een kleine 200 tijdschriften. Vanaf de oprichting in 2000 was het doel van de onderneming én open access te bieden én winstgevend te zijn. Ook stond voorop dat de tijdschriften aan peer review moesten doen: de in de wetenschap gebruikelijke methode van strenge beoordeling van de ingezonden artikelen door vooraanstaande onderzoekers. De Nederlander Jan Velterop hielp de initiatiefnemers van BioMed Central bij het vinden van het juiste business-model. "Je moet de geldstroom omkeren", zegt hij vanuit Londen, waar hij woont. "Als je niet de abonnees maar de auteur laat betalen heb je open access, zonder enig probleem."

In het model van BioMed Central betaalt de auteur voor de kosten van de peer review en de overige kosten, maar alleen als zijn artikel wordt geaccepteerd. Gemiddeld is zo'n author fee duizend euro. Vervolgens wordt het artikel gratis en voor iedereen beschikbaar op het net gezet. Velterop: "Je moet van het idee af dat de bibliotheken de publicatiekosten betalen. Dat moeten de financiers van onderzoek doen, die moeten in hun subsidies de publicatiekosten opnemen."

Het model bleek te werken, Velterop kreeg een paar vooraanstaande onderzoekers mee en BioMed Central werd een winstgevende uitgeverij. Zó winstgevend, dat het bedrijf in 2008 door de gevestigde uitgeverij Springer werd gekocht. BioMed Central bleef wat het was: voor iedereen toegankelijk.

Een ander bekend voorbeeld is de Public Library of Science (PLoS). In 2003 besloot een klein comité van wetenschappers zelf een reeks tijdschriften op te zetten en met behulp van een aantal giften is dat ook gelukt. PLoS is een non-profit organisatie en geeft een zevental web-tijdschriften met peer review uit op het terrein van de bètawetenschappen. Ze zijn voor iedereen gratis in te zien. Ook hier worden de onkosten bestreden door de auteurs: als hun artikel wordt geaccepteerd betalen ze een bedrag dat tussen de 1200 en 2900 dollar ligt.

Wellcome Trust

Belangrijk is verder dat bij grote internationale financiers van wetenschappelijk onderzoek het inzicht groeit dat hun geld pas goed besteed is, als de onderzoeksresultaten in het publieke domein terechtkomen. Instellingen als de Britse Wellcome Trust (biomedisch onderzoek, budget 700 miljoen euro per jaar), de Amerikaanse National Institutes of Health (NIH, medisch onderzoek, 20 miljard euro), de 76 Max Planck-instituten in Duitsland (1,3 miljard euro) de European Research Council (900 miljoen euro) en de Europese Commissie (10 miljard euro in de komende 7 jaar) verbinden aan hun onderzoekssubsidies de voorwaarde dat de resultaten voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Als het niet meteen kan, dan in ieder geval binnen een half jaar. Sommige uitgevers hanteren namelijk een vorm van delayed open access, na een half jaar of een jaar mag iedereen de publicatie lezen.

Springer is daarin nog verder gegaan. "We zagen dat de wetenschappelijk wereld aan het veranderen was en we dachten: als onze klanten een andere manier van toegang willen, dan moeten we daar wat aan doen." Wim van der Stelt is verantwoordelijk voor de open-access- activiteiten van Springer. Niet alleen kocht Springer BioMed Central, voor zijn eigen tijdschriften zette de uitgever het Open Choice model op: wie dat wil kan zijn publicatie op de website van de uitgeverij publiceren. Na betaling van een author fee, dat wel. Critici vinden dat er op die manier twee keer betaald wordt: de inkomsten uit abonnementen blijven immers bestaan. Van der Stelt: "Dat is tot op zekere hoogte waar. Maar het is een overgangssituatie en we weten nog niet waar we op uitkomen. Als het een succes is, zullen we de abonnementskosten verlagen."

Nog vérstrekkender is een experiment dat Springer heeft opgezet met de Nederlandse bibliotheken, de Max Planck-instituten en de Amerikaanse universiteit van Californië (die 10 vestigingen telt). Alle publicaties van de onderzoekers van die instellingen zijn op het net te lezen, en de auteurs hoeven niets te betalen. De bedoeling is wel dat de bibliotheken hun abonnementen niet opzeggen. "Iedereen is benieuwd wat de nieuwe orde is", zegt Van der Stelt. "Het is een experiment. We doen het nu twee jaar en we bekijken of we ermee doorgaan. We onderzoeken welke gevolgen het heeft voor de citaties en de reputatie." En Springer zal ook wel benieuwd zijn of de inkomsten uiteindelijk gelijk blijven? "Nou", zegt Van der Stelt, "gelijk blijven? Als het enigszins kan willen we natuurlijk groeien."

Geen mode

Dus het gaat met open access toch de goede kant op? "De geest is uit de fles", zegt Jan Velterop. "Het is geen mode, de trend is onomkeerbaar."

Maar het gaat niet erg snel, vindt Leo Waaijers. Hij was directeur van de Delftse UB. Tegenwoordig is hij consultant en betrokken bij allerlei open access-projecten. "Het schuift langzaam op", zegt hij. "Op de universiteit van Lund in Zweden is een register met alle open access tijdschriften. Dat register groeit met ongeveer twee à drie per dag. Zeg maar duizend per jaar. Maar als je bedenkt dat er 25.000 tijdschriften zijn, en dat er nu 4.000 open access zijn, dan hebben we nog 21 jaar voor de boeg." Bij de belangrijke tijdschriften is de neiging om naar het open model over te gaan niet groot, signaleert Waaijers. Zeker niet bij de belangrijkste wetenschappelijke uitgever, Elsevier.

Daar wil Nick Fowler, director of strategy bij Elsevier graag wat tegen in brengen. "Wij zorgen er al 130 jaar voor dat de wetenschappelijke wereld maximaal toegang heeft tot de beste wetenschappelijke publicaties", zegt hij. "En we staan individuele onderzoekers toe dat ze de preprints van hun publicaties op hun eigen website zetten of in repositories [zie kader] deponeren. Het is trouwens maar zeven procent van de publicaties dat daarin terechtkomt. De onderzoekers vinden het te veel gedoe." Maar de publicaties in hun definitieve vorm mogen dus niet? Nee, zegt Fowler. "Wij zijn gevoelig voor het argument dat de belastingbetaler voor het onderzoek heeft betaald, maar wij betalen de kosten van de peer review en de correcties. Dus de definitieve versies zijn alleen met ons kwaliteitskenmerk en op onze eigen website te zien." En alleen voor betalende klanten.

Wat moet er gebeuren om open access toch werkelijkheid te laten worden? Wie heeft de sleutel in handen? Van de onderzoekers zelf moet je niet te veel verwachten, zeggen bestuurders en bibliothecarissen. "Vaak weten ze niet waar je het over hebt", vertelt Waaijers. "Ze zeggen vaak 'we hébben toch al open access, we kunnen toch overal bij?' Ze kijken vreemd op als je hun vertelt dat anderen dat niet kunnen." VUrector Lex Bouter: "Ze gaan toch voor de toptijdschriften, en daarbij moet je ze niet te veel voor de voeten lopen."

"Ik zou willen bekijken hoe je de uitgevers een rol kunt geven in een open access-model", zegt Sybolt Noorda. "Meer als intermediairs, als organisatoren. Wat ze doen, doen ze namelijk heel goed. Ze organiseren de peer review en ik beschouw het als een illusie dat de wetenschappers dat zelf zouden kunnen."

En verder zit er maar één ding op, zegt vrijwel iedereen. De financiers van onderzoek moeten open access verplichten, net als de Wellcome Trust, de NIH en de Max Planck-instituten hebben gedaan.

In Nederland wordt het meeste onderzoeksgeld verdeeld door NWO, zo'n 550 miljoen per jaar. NWO verplicht open access niet.

"Ik ben er voorstander van dat NWO open access als voorwaarde aan zijn subsidies verbindt", zegt KB-directeur Bas Savenije. "Het is belastinggeld dat ze verdelen."

"Van NWO hoor je niks", zegt Jan Velterop.

"De financiers hebben de sleutel in handen", zegt Leo Waaijers. "Maar NWO is de grote afwezige in dit proces. Ze hebben in 2005 de Berlin Declaration ondertekend, maar wat doen ze eigenlijk?"

Dat vragen we aan NWO. Via de voorlichter laat de instelling weten "in principe positief tegenover open acces te staan". Het komende half jaar hoopt de instelling "beleid te ontwikkelen". Welk beleid? "Dat kunnen we niet zeggen, omdat we er nog mee bezig zijn."

En de minister? Ronald Plasterk was tijdens zijn wetenschappelijke carrière een bekend voorvechter van open access, hij zat in de editorial board van PLoS Biology. Nu wil hij er alleen over zeggen dat er een werkgroep mee bezig is. En dat het doel is om over een jaar of vier tot een nationale licentie te komen, zodat behalve de universitaire gemeenschap ook anderen toegang krijgen tot wetenschappelijke literatuur.

Leo Waaijers heeft wel een idee waarom het zo langzaam gaat. "De uitgevers hebben een heel sterke internationale lobbyclub, de International Association of Scientific, Technical and Medical Publishers, de STM. Elsevier is daar dominant. Ze komen in driedelig grijs op de ministeries, dat is heel intimiderend. Ze zeggen dat de peer review bij open access teloor gaat - wat onzin is. En ze praten over verlies van werkgelegenheid. Ik zeg wel eens tegen de bibliotheken: weten jullie wel dat je je eigen anti-lobby financiert? Want die club wordt uiteindelijk toch uit de abonnementsgelden betaald."

+ + +

Openbare digitale toegang

Om het ideaal van open access toch gestalte te geven, hebben de meeste universiteiten zogeheten repositories in het leven geroepen: openbaar digitale depots met publicaties van hun medewerkers. De universiteit van Utrecht is er het verst mee. "Het College van Bestuur heeft er net weer op aangedrongen dat de onderzoekers hun artikelen in onze repository stoppen", zegt Saskia Franken, verantwoordelijk voor Igitur, zoals die afdeling van de bibliotheek heet. "Ik had nog liever gezien dat ze het verplicht hadden gesteld, maar dit is ook al heel wat. Ze hebben er bij gezegd, dat we alleen de artikelen mogen opnemen die zijn toegestaan. Als een uitgever het verbiedt, mag het niet." In het Igitur-archief komt nu elk jaar zo'n 25 procent van de Utrechtse wetenschappelijke output, schat Franken. "Het is af en toe wel frustrerend. Wij moeten de auteurs voortdurend overtuigen, dat ze hun publicaties naar ons moeten sturen. Dat is veel beter dan wanneer ze die op hun eigen website zetten. Opname in een repository betekent dat er een universiteitsbibliotheek achter staat. Wij kunnen duurzame toegankelijkheid garanderen, daartoe zijn wij op aarde." Maar hoe nuttig de repositories ook zijn, ideaal zijn ze niet. Om te beginnen is het soort publicaties dat ze bevatten nogal divers: er zitten serieuze tijdschriftpublicaties in, maar ook grijze literatuur en databestanden. En het belangrijkste: ze zijn niet compleet, want veel onderzoekers zien het belang van zo'n openbaar depot niet.


Warna Oosterbaan in NRC Handelsblad, 1 augustus 2009

____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!

[NEDBIB-L] 'Maak wetenschappelijke publicaties openbaar'

'Maak wetenschappelijke publicaties openbaar'

Rotterdam, 1 aug. Wetenschappers die subsidie krijgen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) moeten hun wetenschappelijke publicaties voor iedereen toegankelijk op internet te zetten.

Dat vinden vooraanstaande bibliotheekdirecteuren en wetenschappers. Minister Plasterk (Wetenschap, PvdA) is het met hen eens: "Het uitgangspunt is dat al het onderzoek dat met publiek geld gefinancierd wordt, voor iedereen toegankelijk moet zijn."

NWO verdeelt 550 miljoen euro overheidsgeld per jaar en is in Nederland de belangrijkste financier van wetenschappelijk onderzoek. Alleen mensen die bij een universiteit werken, hebben toegang tot de publicaties. De uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften staan publicatie op internet van de artikelen meestal niet toe.

Bas Savenije, algemeen directeur van de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag, en daarvoor directeur van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek: "Als gezondheidscentra en huisartsen mij vragen: 'Kunt u mij toegang geven tot de recente wetenschappelijke literatuur', moet ik ze vertellen dat de wetenschappelijke uitgevers ons dat niet toestaan. Het zou prachtig zijn als we ook patiëntenverenigingen, hbo's, roc's en het mkb toegang konden bieden." Savenije wil dat NWO aan haar subsidies de voorwaarde verbindt dat onderzoekspublicaties toegankelijk zijn. "Het is belastinggeld dat ze verdelen."

Lex Bouter, medisch onderzoeker en nu rector magnificus van de Vrije Universiteit: "Wat met publieke middelen is gefinancierd, moet in het publieke domein terechtkomen."

NWO stelt de voorwaarde van openbare toegankelijkheid niet. In andere landen doen belangrijke onderzoeksfinanciers dat wel, onder meer de Amerikaanse National Institutes of Health . Ook de Europese Commissie en de European Research Council eisen openbaarheid. NWO laat weten "in principe positief tegenover open acces te staan".

Warna Oosterbaan in NRC Handelsblad, 1 augustus 2009
http://www.nrc.nl/article2316851.ece

____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!

zondag 2 augustus 2009

[NEDBIB-L] Mailsysteem

Plaats je een nieuw bericht –
gaat het hele mail-systeem van de overheid op tilt.
Ik had nog zo gezegd: Buiten Werktijd!

Als u dit bericht doormailt naar uw prive-adres
(zo mogelijk buiten werktijd)
dan kunt het bericht toch lezen
(graag wel buiten werktijd)

LostLibrarianOfLove mag inburgeren
http://lostlibrarianoflove.blogspot.com/2009/07/lostlibrarianoflove-mag-inburgeren.html

LostLibrarianOfLove begint een kloon
http://lostlibrarianoflove.blogspot.com/2009/07/lostlibrarianoflove-begint-een-kloon_26.html

Binnenkort verhuist LostLibrarianOfLove van Blogspot.com van Google naar een
minder gevaarlijke host.

Een heel veilige dienst u toegewenst,

LostLibrarianOfLove i.o.

____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz

EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!