Verkiezing Sportboek van het Jaar roept nog altijd veel vragen op
over de kwaliteit
Aan sportboeken geen gebrek. In Nederland groeide de afgelopen vijf
jaar het aantal tot een duizendtal. Maar houdt de kwaliteit gelijke
tred met de kwantiteit?
Er gaat bijna geen dag voorbij of er wordt een sportboek uitgegeven.
De biografieën over oud-judoka Anton Geesink en oud-wielrenner Jan
Raas zijn amper van de pers gerold of vandaag verschijnt het
onstuimige leven van de Servische oud-tennisster Monica Seles in
boekvorm. En op de rol staan nog boeken over onder anderen Guus
Hiddink, Edwin van der Sar, Ard Schenk en Rinus Michels. De hausse is
schijnbaar niet te stoppen.
Maar of die hoeveelheid boeken ook de kwaliteit ten goede komt,
daarover verschillen de meningen. Onder schrijvers, lezers en
uitgevers, die gisteren in groten getale naar de uitreiking van de
Nico Scheepmaker Beker, voor het beste sportboek in 2008, in
Amsterdam waren gekomen, heerst enig optimisme.
Het niveau stijgt, menen schrijver Auke Kok en recensent Arthur van
den Boogaard. Kok schrijft dat voor een deel toe aan de stimulerende
werking van de Hard Gras Prijs voor de sportjournalistiek. Het
sportboek wordt serieus genomen. En de toename van het aantal
sportboeken is volgens Kok een gevolg van de toegenomen
belangstelling voor sport. „Zie de EK's en WK's voetbal en de
hysterie die die teweegbrengen. Vroeger moest je je haast
verontschuldigen als je over sport schreef, nu kopen de vrouwen een
sportboek voor hun echtgenoot.
Ook Jaap Visser, schrijver en redacteur bij uitgever De
Buitenspelers, ziet een kwaliteitsverbetering, maar hij sluit zijn
ogen niet voor de werkelijkheid. „Er surfen nog te veel charlatans
mee op de hype", oordeelt hij. „Als je Wij waren de besten van Auke
Kok over het WK van 1974 afzet tegen de biografie over Patrick
Kluivert (van Mike Verweij, red.) is dat een verschil van dag en nacht."
Niet dat Visser er zich op laat voorstaan literaire werken uit te
geven, maar bij zijn uitgeverij is de standaard hoog. Een boek moet
doorwrocht en goed geschreven zijn, met veel aandacht voor
fotografie. Er wordt veel zorg besteed aan de uitgaven, die stuk voor
stuk groot en uitbundig zijn uitgevoerd. Visser: „Wij noemen dat een
totaalproduct, waar een enkele cynicus van een stoeptegel spreekt."
En succes heeft De Buitenspelers, want gisteravond ging de Nico
Scheepmaker Beker voor de derde keer in vijf jaar naar een boek van
die uitgever. Maar er blijft ruimte voor verbetering, vindt Visser.
„Neem de biografie over Wim van Hanegem. Doordat er een
schrijverscollectief aan heeft gewerkt, is het boek met stijlbreuken
geworden. Die samenhang verdient meer aandacht."
Na enig nadenken kan oud-journalist Ruud Paauw geen sportboek
bedenken waar het label 'literatuur' aan geplakt kan worden. Het boek
Tien wereldrecords in tachtig dagen komt volgens de olympische
geschiedschrijver nog het dichtst in de buurt. Maar de schrijver is
de Zweed Gunder Hägg. Geen Nederlander dus.
Waar schrijvers, lezers en uitgevers van sportboeken steeds
positiever over het niveau worden, ontsteekt Paauw nog niet in
jubelstemming. De auteur van het boek over de Olympische Spelen van
1928 in Amsterdam ziet wel een kwaliteitsverbetering, maar stelt vast
dat er veel sportboeken al snel in de ramsj bij De Slegte eindigen.
Zijn kritiek op het sportboek: er wordt nog te veel in één stijl
geschreven. Paauw: „Met iemand praten en een biografie schrijven,
daar heb je weinig aan. Te oppervlakkig. Een onderwerp moet grond
uitgezocht worden; er moet met veel mensen gesproken worden. Goede
research is essentieel, zoals Auke Kok dat heeft gedaan voor zijn
boeken over Oranje."
De organisatie achter de Nico Scheepmaker Beker is intussen druk
doende het sportboek meer cachet te geven. Jurryt van de Vooren
vertelt dat er plannen bestaan de sportjournalisten te vervangen door
een vakjury, de wisselbokaal te koppelen aan een geldprijs en
eventueel een gala te houden. „Het sportboek verdient een groter
podium", aldus Van de Vooren.
+ + +
Van Duren en Rözer winnaars van de Nico Scheepmaker Beker 2008
De Nico Scheepmaker Beker voor het beste sportboek van 2008 is
gewonnen door Iwan van Duren en Marcel Rözer voor Voetbal in een
vuile oorlog, een reconstructie van het WK voetbal (1978) in
Argentinië. De bokaal werd gisteren uitgereikt tijdens een
bijeenkomst in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Voor Rözer was het
de tweede prijs op rij, want hij werd ook bekroond met de Hard Gras
Prijs voor zijn verhaal over oud-volleyballer Guido Görtzen in
Achilles04, Tweede in de verkiezing van het sportboek werd Het
verwoeste leven van Foekje Dillema van Max Dohle en derde 1988 Wij
hielden van Oranje van Auke Kok.
+ + +
Henk Stouwdam in NRC Handelsblad, 21 april 2009
____________________________________________________________
Dit bericht is verzonden via NEDBIB-L@nic.surfnet.nl
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser nedbib@reuser.biz
EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
Houd hier a.u.b. rekening mee!
